Verplicht naakt douchen

Het al dan niet verplicht douchen leidt soms tot conflicten in sportclubs. Enerzijds willen clubs hun sporters een hygiënische en gezonde levensstijl bijbrengen, vinden ze het douchemoment na de training groepsversterkend, of willen ze voorkomen dat jongeren elkaar een schaamtegevoel aanpraten. Anderzijds willen jongeren of hun ouders zelf kunnen beslissen over hoe en waar ze douchen. Het Centrum Ethiek in de Sport formuleerde samen met het Kinderrechtencommissariaat, Sensoa en Unia een antwoord op enkele veel gestelde vragen.

Samenvatting advies

  • Het is uitdrukkelijk af te raden om (naakt) douchen op de club te verplichten. Als het dragen van ondergoed of een zwembroek, om welke reden dan ook, de drempel kan verlagen, is het aangeraden dat toe te laten.
  • Omdat het voor kinderen en jongeren niet altijd gemakkelijk is om hun eigen wensen en keuzes te verwoorden, moeten clubs aandachtig zijn voor onuitgesproken gevoeligheden wat betreft het douchen. 
  • Er bestaat geen expliciete wetgeving over dit onderwerp, maar er is wel juridisch draagvlak voor het niet verplichten van (naakt) douchen in de Grondwet en het VN-Kinderrechtenverdrag. De jonge sporter moet steeds centraal staan bij reglementen, richtlijnen en discussies m.b.t. (naakt) douchen.
  • Als er verplichtingen of regels rond douchen worden opgelegd waar jij of iemand anders (bijvoorbeeld je kind, een vriend of vriendin…) zich niet goed bij voelt, heb je recht en reden om dat aan te kaarten bij de (aanspreekpersoon integriteit van de) club.

1. Mag een sportclub jongeren verplichten om naakt te douchen?

Er bestaat geen expliciete wetgeving over dit onderwerp, dus strikt juridisch kunnen we hier geen ja of nee op antwoorden. Er zijn ook geen gekende gevallen waarbij reglementen over verplicht douchen van jongeren in ons land voor een rechtbank of tuchtorgaan zijn aangevochten, dus ook geen juridische precedenten.

Ondanks het gebrek aan expliciete wetgeving, vinden we verschillende kapstokken in de Grondwet en in het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind.

Artikel 22 bis van de Grondwet vermeldt dat:

Elk kind recht heeft op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit.
Elk kind het recht heeft zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan;
met die mening rekening wordt gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn onderscheidingsvermogen.
Elk kind recht heeft op maatregelen en diensten die zijn ontwikkeling bevorderen.
Het belang van het kind de eerste overweging bij elke beslissing die het kind aangaat.

Dit grondwettelijk recht is een vertaling van verschillende artikelen uit het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind. Het Kinderrechtencommissariaat geeft aan dat vanuit kinderrechtenperspectief de verplichting tot naakt douchen verschillende rechten en belangen van het kind zwaar onder druk plaatst.

  • “Het belang van het kind” (art. 3)
    Een prettige en veilige sportomgeving voor het kind moet prioriteit zijn voor de club. Steeds meer jongeren worstelen met gezamenlijk naakt douchen. Dat heeft verschillende redenen: religie; cultuur; onrealistische ideaalbeelden over lichamelijkheid; angst voor camera’s en het gemak waarmee beelden kunnen worden gemaakt en gedeeld. Dit alles maakt jongeren veel gevoeliger voor de privacy van lichamelijkheid. Wie in het belang van het kind handelt, negeert die gevoeligheid niet.
  • “Het recht op bescherming van integriteit” (art. 19 en 24)
    De term integriteit verwijst naar de onaantastbaarheid van het lichaam van elk kind. Dat jongeren verplicht worden om naakt te douchen, waardoor er beslissingen worden genomen over hun lichaam, zonder dat zij daar zelf inspraak in hebben, tast hun lichamelijke, morele en geestelijke integriteit aan.
  • “Recht op participatie” (art. 12)
    Als er beslissingen worden genomen over hun lichaam, moet er rekening worden gehouden met hun mening. Het is belangrijk dat jongeren zichzelf kunnen zijn, hun grenzen mogen aangeven en dat die grenzen gerespecteerd worden. In het voorkomen van grensoverschrijdend gedag, is het essentieel dat jongeren dit leren.

Het is niet voor alle kinderen vanzelfsprekend om aan te geven waar ze zich goed en niet goed bij voelen. Sportclubs moeten daarom oog hebben voor onuitgesproken gevoeligheden bij kinderen en jongeren en aanmoedigen en appreciëren dat ze hun eigen keuzes kenbaar maken.

Er blijven daarnaast twee terechte overwegingen in deze discussie. Ten eerste is er het belang van gezondheid en hygiëne. Een gezonde sportomgeving aanbieden en het aanmoedigen van een gezonde levensstijl hoort bij de verantwoordelijkheden van een sportclub. Douchegelegenheden voorzien is dus belangrijk. Wijzen op het belang van gezonde voeding, voldoende nachtrust en persoonlijke hygiëne ook. Maar een verplichting tot naakt douchen is een te drastische ingreep om dit doel te bereiken.

Ten tweede is het belangrijk om kinderen die wel naakt douchen te beschermen tegen kritiek of groepsdruk. Ook hier zijn andere mogelijkheden dan een verplichting. Grijp in bij plagerijen of pesterijen, onderstreep dat er niks mis is met naakt douchen voor wie dat wil, vraag dat wie zich niet doucht ook niet onnodig lang in de kleedkamer blijft hangen…

CONCLUSIE: Het Centrum Ethiek in de Sport raadt een verplichting tot naakt douchen uitdrukkelijk af. Sportverenigingen moeten de eigen keuzes van kinderen en jongeren op dit vlak respecteren. Omdat het voor kinderen en jongeren niet altijd gemakkelijk is om dit te verwoorden, moeten clubs aandachtig zijn voor onuitgesproken gevoeligheden.

2. Kan een club verplichten om te douchen, als het dragen van ondergoed of zwemkledij is toegestaan?

Dergelijke verplichting is minder ingrijpend voor de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind dan een verplichting tot naakt douchen. Maar ook deze gedeeltelijke naaktheid kan gevoelig liggen en het blijft een beslissing over het lichaam van het kind. Dus bovenstaande argumenten (zie vraag 1.) over het belang van eigen keuzes gelden ook hier: als een kind na een training niet in de sportclub wil douchen, is het beter om die keuze te respecteren.

Een sportclub heeft wel een rol in het aanleren van een gezonde levensstijl. Ze kan jongeren dus het belang van douchen na het sporten uitleggen. Zij het op de sportclub of thuis. Bij sportactiviteiten op school, tijdens een kamp of stage kan de situatie veranderen. Dan weegt het belang van hygiëne mogelijk zwaarder door, omdat het kind nog aan andere activiteiten zal deelnemen. Als douchen dan een noodzaak is, zorg er dan voor dat er faciliteiten zijn waar dit met respect voor ieders privacy kan.

Om draagvlak te creëren, helpt het om de algemene beslissing goed toe te lichten en te argumenteren. Daarnaast kan je duidelijk maken wie sporters kunnen aanspreken als ze vragen hebben of problemen ondervinden. Zo kan er bij individuele vragen nog een oplossing worden gezocht.

CONCLUSIE: Het Centrum Ethiek in de Sport beveelt aan om douchen niet te verplichten. Het kan wel aangemoedigd worden door goede infrastructuur te voorzien en het belang van hygiëne aan te leren. Als het dragen van ondergoed of een zwembroek de drempel kan verlagen, raden we aan om dat toe te laten.

3. Welke rol speelt leeftijd van de betrokkenen in de discussie over verplicht douchen?

Ook jonge kinderen kunnen zelf aangeven wat ze wel of niet willen en ze hebben ook het recht om dat te doen. Van kleuter over puber tot jongvolwassene weten kinderen al wat ze wel en niet prettig vinden enn dat laten ze elk op hun eigen manier weten. Het is aan de volwassene om daar oog voor te hebben en het te respecteren.
Bij minderjarigen moet de club bovendien rekening houden met de beslissingen van ouders over de opvoeding van hun kind.
Voor meisjes die in hun puberteit komen, kan je als club de mogelijkheid aanbieden om apart te douchen zodat de menstruatie geen bijkomende drempel hoeft te zijn om te douchen.

CONCLUSIE: Voor het Centrum Ethiek in de Sport speelt leeftijd geen rol in het respecteren van eigen keuzes. Een kleuter die niet samen met anderen wil douchen, heeft evenveel recht om gehoord te worden als een 17-jarige die dat niet wil.

4. Wat kan je als sporter of ouder doen als er een verplichting wordt opgelegd waar je niet mee akkoord bent?

Zoals hierboven gezegd is er geen duidelijke juridische basis waarop je in dit geval kan steunen. Noch voor of tegen een verplichting. Je kan verwijzen naar dit advies van het Centrum Ethiek in de Sport. Het kwam tot stand na overleg met belangrijke partners zoals Sensoa, het Kinderrechtencommissariaat en Unia en is dus inhoudelijk breed gedragen.

Zoek de juiste persoon om je bezorgdheden en bezwaren te bespreken. Steeds meer clubs hebben een Aanspreekpunt Integriteit (API). Als die er niet is kan je misschien bij de trainer of iemand anders in de club terecht.
Als het gesprek met de club moeilijk loopt, is er bij elke erkende Vlaamse sportfederatie ook een API waarbij je terecht kan. Die persoon kan een bemiddelende rol opnemen tussen jou en de club of een klacht indienen bij het tuchtorgaan van de federatie. Hier vind je een overzicht van alle Vlaamse federatie-API’s.
Als je niet het juiste aanspreekpunt vindt bij de federatie, kan je ook terecht bij het Centrum Ethiek in de Sport of het Kinderrechtencommissariaat.

CONCLUSIE: Als er verplichtingen rond douchen worden opgelegd waar jij je als ouder je niet goed bij voelt of waar je kind zich niet goed bij voelt, heb je volgens het Centrum Ethiek in de Sport recht en reden om dat aan kaarten. Een jeugdvriendelijke club of federatie moet zich luisterbereid tonen en constructief opstellen.

5. Wat kan een federatie of sportdienst doen als clubs een beleid voeren waarmee ze niet akkoord gaat?

Federaties en sportdiensten kunnen hun standpunten over douche- en kleedkamerbeleid opnemen in hun gedragscodes. Clubs nemen beslissingen over hun reglementen meestal met goede intenties. Het Centrum Ethiek in de Sport gelooft in positieve dialoog. Hopelijk kan de argumentatie in dit advies iedereen op dezelfde lijn brengen. Clubs die praktische of ethische uitdagingen ondervinden rond hun douche- en kleedkamerbeleid, kunnen altijd hun federatie, sportdienst of ICES contacteren om oplossingen te vinden. Goede praktijken van andere clubs bieden vaak inspiratie. Federaties of sportdiensten kunnen goede praktijken bundelen en verspreiden ter ondersteuning van de sportclubs.

CONCLUSIE: Het Centrum Ethiek in de Sport hoopt dat federaties en sportdiensten hun clubs niet moeten dwingen om reglementen aan te passen. We geloven dat proactief verspreiden van richtlijnen en goede praktijken iedereen op dezelfde lijn kan brengen en dat de (jonge) sporter daarbij steeds centraal blijft staan.